Functionele kerndoelen zijn voor leerlingen in het speciaal onderwijs die zeer moeilijk leren of een meervoudig beperking hebben én voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt. Deze kerndoelen zijn gericht op het ontwikkelen van ervaringen, vaardigheden en kennis vanuit het perspectief van zelfredzaamheid en toepassing in praktische contexten (wonen, werken en vrije tijd) en alledaagse situaties die leerlingen nu en later nodig zullen hebben.
Functionele kerndoelen zijn het uitgangspunt voor het inrichten van het onderwijsprogramma, maar gelden als ‘na te streven inhoudelijke doelstellingen’. Het is aan de school om te beoordelen welk doel passend, haalbaar en uitdagend genoeg is voor een leerling.
Functionele kerndoelen vallen onder de Wet op de expertisecentra (WEC). In die wet staat welke inhouden aan bod moeten komen (WEC, art. 13). Dat wordt uitgewerkt in functionele kerndoelen die worden vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Daarnaast staat vermeld dat het onderwijs wordt afgestemd op het ontwikkelingsperspectief van de leerling (WEC, art. 13, lid 11).
Functionele kerndoelen zijn zo geformuleerd dat ze voldoende richting geven om alle leerlingen dezelfde basis mee te geven, maar ook ruimte laten voor scholen en leraren om eigen keuzes te maken. Leraren en scholen behouden hun professionele
vrijheid om de kerndoelen op een manier in te vullen die past bij de schoolvisie, hun leerlingen en de context. De kerndoelen vereisen ongeveer 70% van de onderwijstijd, zodat alle leerlingen de gemeenschappelijke basis kunnen verwerven. Ongeveer 30% vrije ruimte blijft over voor eigen accenten, schoolprofielen of lokale thema’s.